ECLI:NL:RBDHA:2024:8642

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 mei 2024
Publicatiedatum
5 juni 2024
Zaaknummer
NL23.30144
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbRichtlijn 2001/55/EGBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking besluit tijdelijke bescherming en veroordeling proceskosten

De zaak betreft een beroep van verzoeker tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin de tijdelijke bescherming van verzoeker, zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG, werd beëindigd. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris het bestreden besluit ingetrokken, waarmee hij tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker.

Naar aanleiding van de intrekking heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht een veroordeling in proceskosten mogelijk is indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt aan het beroep.

De rechtbank stelt vast dat het verzoek tot veroordeling in proceskosten zonder twijfel toewijsbaar is en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 875 aan proceskosten. Deze kosten betreffen een punt voor het indienen van het beroepschrift, gewaardeerd op € 875 met een wegingsfactor van 1. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp en openbaar gemaakt op 29 mei 2024.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 875 aan proceskosten na intrekking van het besluit tijdelijke bescherming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30144

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker

(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 17 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Bij brief van 26 februari 2024 heeft verweerder meegedeeld dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en gelijktijdig verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten.

Beoordeling door de rechtbank

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Als sprake is van een zonder twijfel toewijsbaar verzoek, kan de rechtbank hierop zonder zitting beslissen. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Verweerder heeft hangende het beroep het door verzoeker bestreden besluit ingetrokken. Dit brengt mee dat sprake is van tegemoetkomen. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten is dan ook kennelijk gegrond.
3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten ter hoogte van € 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.