ECLI:NL:RBDHA:2024:8649

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 mei 2024
Publicatiedatum
5 juni 2024
Zaaknummer
NL24.21779
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbRichtlijn 2001/55/EGBijlage II Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toewijzing werkrecht aan Oekraïense langdurig ingezette vreemdeling

Verzoeker, een Oekraïense nationaliteit dragende vreemdeling met langdurige ingezetenenstatus in Polen, had een aanvraag voor een verblijfsvergunning met arbeid in loondienst afgewezen gekregen. Na bezwaar en een eerdere voorlopige voorziening, verklaarde de staatssecretaris het bezwaar ongegrond. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om opschorting van het bestreden besluit en afgifte van een verblijfsaantekening die werkrecht verleent.

De voorzieningenrechter overwoog dat verzoeker legaal in Nederland verblijft, sinds juni 2022 als zwemleraar werkt en dat het spoedeisend belang ligt in het feit dat verzoeker tot 27 mei 2024 mocht werken. De belangenafweging wees uit dat het belang van verzoeker om te kunnen blijven werken zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris bij strikte uitvoering van het bestreden besluit.

Daarnaast is niet uitgesloten dat het beroep een redelijke kans van slagen heeft, mede omdat verzoeker langer dan een jaar heeft gewerkt zonder tewerkstellingsvergunning terwijl het UWV hiervan op de hoogte was. De voorlopige voorziening wordt daarom toegewezen, waarbij de staatssecretaris wordt opgedragen een verblijfsaantekening af te geven en de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort tot vier weken na bekendmaking van de uitspraak op het beroep.

De staatssecretaris wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om opschorting toe en beveelt afgifte van een verblijfsaantekening waarmee verzoeker mag werken tot vier weken na uitspraak op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21779

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. T.E. van Houwelingen-Boer),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).

Procesverloop

De staatssecretaris heeft verzoekers aanvraag voor een verblijfsvergunning onder de beperking ‘arbeid in loondienst’ op 11 januari 2024 afgewezen (dit is het primaire besluit).
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening.
Bij uitspraak van 26 februari 2024 [1] heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen.
Op 29 april 2024 heeft de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard (dit is het bestreden besluit).
Verzoeker heeft daartegen beroep ingesteld. Ook heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend en verzocht om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit op te schorten en om afgifte van een verblijfsaantekening door de staatssecretaris waaruit het recht om te werken blijkt hangende het beroep.
De staatssecretaris heeft op dat verzoek gereageerd met een verweerschrift.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een bodemgeding niet.
2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb),
kan, indien tegen een besluit beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank
die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien
onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter ook bij een niet-kennelijke afdoening uitspraak doen zonder een zitting te houden, als een spoedeisend belang dit vereist en partijen niet in hun belangen worden geschaad.
4. Het spoedeisend belang in deze zaak is gelegen in het feit dat verzoeker tot en met 27 mei 2024 mag werken. Op 29 april 2024 is namelijk het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard en uit de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de rechtsgevolgen van het primaire besluit worden opgeschort tot vier weken na de beslissing op het bezwaar tegen het primaire besluit. Verzoeker verblijft bovendien al enige tijd legaal in Nederland, is in het bezit van een geldige verblijfsvergunning als langdurige ingezetene in Polen, heeft een arbeidscontract en is als zwemleraar werkzaam sinds juni 2022.
5. Het is voor de rechtbank niet mogelijk gebleken om het beroep voor 27 mei 2024 op zitting te behandelen en uitspraak te doen op dat beroep. De belangen van verzoeker bestaan uit de belangen zoals in overweging 4 opgenomen. Verzoeker heeft er verder belang bij om te kunnen blijven werken gedurende de beroepsprocedure. De staatssecretaris heeft geen belangen aangevoerd die verplichten tot strikte tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter ziet gelet daarop aanleiding om het belang van verzoeker zwaarder te laten wegen dan het belang van de staatssecretaris om uitvoering te geven aan het bestreden besluit.
6.
Daarnaast is niet uitgesloten dat het beroep een redelijke kans van slagen heeft. De voorzieningenrechter acht in dat verband van belang dat verzoeker in afwachting van de beslissing op de aanvraag of hij als burger met de Oekraïense nationaliteit viel onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, [2] gedurende langer dan een jaar heeft gewerkt zonder tewerkstellingsvergunning. Uit het dossier blijkt dat het UWV [3] hiervan op de hoogte was. In het beroep zal ingegaan moeten worden op de betekenis daarvan in het licht van Bijlage II, achtste lid, van de Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022. De huidige jurisprudentie voorziet niet in een antwoord op deze vraag. De voorlopige voorzieningenprocedure leent zich, gelet op de aard en spoedeisendheid daarvan, daarom niet voor beantwoording van deze vraag.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening
dat de staatssecretaris aan verzoeker de verblijfsaantekening afgeeft waaruit het recht om te werken blijkt. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort.
8. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de staatssecretaris het griffierecht moet vergoeden en dat verzoeker ook een vergoeding krijgt van zijn proceskosten, omdat het verzoek is toegewezen. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 875.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort tot vier
weken na bekendmaking van de uitspraak op het beroep;
- bepaalt dat de staatssecretaris een verblijfsaantekening aan verzoeker moet afgeven
waaruit zijn recht om te werken blijkt;
- bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 187 aan verzoeker moet vergoeden;
- veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 875 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, op 27 mei 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Het dictum is telefonisch meegedeeld aan de gemachtigde van verzoeker op 27 mei 2024 om 14:19 uur en aan de gemachtigde van de staatssecretaris op 27 mei 2024 om 14:23 uur.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.NL24.5310.
2.Richtlijn 2001/55/EG.
3.Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering. Bij deze instelling dient een TWV aangevraagd te worden.