ECLI:NL:RBDHA:2024:8682
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op asielaanvraag leidt tot proceskostenvergoeding
Eiser diende op 23 september 2022 een asielaanvraag in bij de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden besliste, stelde eiser verweerder op 6 april 2023 schriftelijk in gebreke. Verweerder verlengde vervolgens de beslistermijn met negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen, waardoor de ingebrekestelling niet geldig werd geacht. Eiser stuurde op 2 januari 2024 een nieuwe ingebrekestelling.
Op 12 februari 2024 nam verweerder alsnog een besluit en verleende een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd aan eiser. De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen daarom niet-ontvankelijk is. Wel stelde de rechtbank vast dat het besluit het beroep geheel tegemoet kwam en dat het beroep niet meer gericht was tegen het besluit zelf.
De rechtbank veroordeelde de Staatssecretaris tot het betalen van proceskosten aan eiser wegens de te late besluitvorming. De kosten werden vastgesteld op € 437,50 op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank behandelde de zaak zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige besluitvorming in asielzaken en bevestigt de mogelijkheid tot vergoeding van proceskosten bij vertraging, ook als het besluit uiteindelijk alsnog wordt genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk, maar de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten.