ECLI:NL:RBDHA:2024:8687
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na buiten behandeling stelling
Verzoekster, met de Turkmeense nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid buiten behandeling werd gesteld bij besluit van 2 april 2024. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Op dezelfde dag als deze uitspraak deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.15291), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.