ECLI:NL:RBDHA:2024:8704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening tegen buiten behandeling stelling aanvraag uitstel vertrek
Verzoekster, een Armeense vrouw geboren in 1950, diende een aanvraag in voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling omdat de per fax aangeleverde documenten niet leesbaar waren en verzoekster niet tijdig de stukken per post of mail had overgelegd.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat het medisch oordeel van het Bureau Medische Advisering kon worden afgewacht. Verweerder voerde aan dat hij verzoekster meerdere malen had verzocht de stukken opnieuw en leesbaar aan te leveren en dat de aanvraag terecht buiten behandeling was gesteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had omdat verweerder voldoende pogingen had gedaan om de stukken te verkrijgen en verzoekster niet had gereageerd op het verzoek om de documenten opnieuw te verzenden. Ook het beroep op de Vreemdelingencirculaire werd verworpen omdat de maatregel van bewaring na het bestreden besluit was opgelegd.
Gezien de spoedeisendheid en het ontbreken van een redelijke kans van slagen werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het buiten behandeling stellen van de aanvraag om uitstel van vertrek is afgewezen.