ECLI:NL:RBDHA:2024:8781

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2024
Publicatiedatum
6 juni 2024
Zaaknummer
NL 23.32985
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure toegewezen

Verzoekster heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke op 17 oktober 2023 is afgewezen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Tegen dit besluit heeft verzoekster bezwaar gemaakt en vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het bezwaar is beslist.

De Staatssecretaris heeft bij brief van 14 mei 2024 laten weten zich niet te verzetten tegen de toewijzing van deze voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter ziet geen beletselen om het verzoek toe te wijzen en baseert zich daarbij op artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter beveelt dat de Staatssecretaris zich onthoudt van uitzetting of voorbereidingen daartoe van verzoekster totdat het bezwaar is afgewikkeld. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 875,- voor de rechtsbijstand van verzoekster. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting wordt verboden totdat op het bezwaar is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.32985

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], V-nummer: [vnummer], verzoekster

(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Inleiding

In het besluit van 17 oktober 2023 (primaire besluit) heeft verweerder verzoeksters aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel afgewezen.
Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Bij verzoekschrift van 17 oktober 2023 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 14 mei 2024 heeft verweerder de rechtbank bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Nu verweerder zich niet verzet tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, zal worden beslist als hierna aangegeven.
Er bestaat aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit Proceskosten bestuursrecht voor de door de derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
  • wijst het verzoek toe;
  • gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoekster en van voorbereidingen tot zodanige maatregelen, totdat op het bezwaar is beslist;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 875-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van B.A. van der Wiel griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.