ECLI:NL:RBDHA:2024:8787
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht aan Bulgarije op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening, omdat de uiterste overdrachtstermijn aan Bulgarije op 14 juni 2024 zou verstrijken voordat de rechtbank uitspraak kon doen op het beroep dat gepland stond voor 11 juni 2024.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de spoedeisendheid aanwezig was en dat het belang van verzoeker om niet uitgezet te worden vóór de uitspraak op het beroep zwaarder woog dan het belang van de staatssecretaris bij overdracht. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden overgedragen aan Bulgarije totdat op het beroep is beslist.