Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2024 in de zaak tussen
Trius Polytechniek B.V., te Zoetermeer, eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Inleiding
Overwegingen
fair balance.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Trius Polytechniek B.V. heeft een aanvraag ingediend voor de definitieve tegemoetkoming NOW-3 vanwege een omzetverlies van 10% in de periode december 2020 tot en met februari 2021. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelde de subsidie op nihil vast en vorderde het teveel betaalde voorschot van € 25.629,- terug. Trius maakte bezwaar, dat werd afgewezen.
In het beroep stelt Trius dat artikel 4:46, tweede lid, onder d, Awb geen grondslag biedt voor de subsidievaststelling op nihil omdat de verleningsbeschikking geen minimumeis van 20% omzetverlies vermeldt. Subsidiair betoogt zij dat de toepassing van dit artikel niet mogelijk is omdat zij niet kan worden verweten dat de subsidieverlening onjuist was. Meer subsidiair wordt een onvoldoende belangenafweging aangevoerd.
De rechtbank oordeelt dat artikel 4:46, tweede lid, onder d, Awb wel een grondslag biedt voor de subsidievaststelling op nihil, mede in combinatie met artikel 24, vijfde lid, onder a, van de NOW-3. Trius was vooraf bekend met de regeling dat een omzetverlies van minimaal 20% vereist is. De subsidieverlening was daarom onjuist bij een omzetverlies van 10%. Er zijn geen omstandigheden die tot een andere belangenafweging leiden.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de terugvordering van het voorschot. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van Trius Polytechniek B.V. wordt ongegrond verklaard en de subsidievaststelling op nihil bevestigd.