ECLI:NL:RBDHA:2024:8796

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 juni 2024
Publicatiedatum
6 juni 2024
Zaaknummer
23/3537
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 GemeentewetVerordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens overschrijding maximale aanmeldduur

Belanghebbende parkeerde op 30 januari 2023 langer dan de toegestane maximale aanmeldduur van 120 minuten aan een door de gemeente Den Haag aangewezen parkeerplaats. De gemeente legde daarop een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, stellende dat de naheffing onterecht was.

De rechtbank oordeelde dat de maximale aanmeldduur iets anders is dan een maximale parkeerduur. Na het verstrijken van de 120 minuten had belanghebbende het kenteken opnieuw moeten aanmelden of opnieuw parkeerbelasting moeten voldoen, wat technisch mogelijk was. Omdat dit niet is gedaan, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd mondeling gedaan op 28 mei 2024 en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting is ongegrond verklaard omdat de maximale aanmeldduur is overschreden zonder hernieuwde aanmelding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 23/3537

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

28 mei 2024 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende

(gemachtigde: N.G.A. Voorbach),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 9 mei 2023 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 mei 2024.
Namens belanghebbende is J. Pablo verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.S. Veenstra.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Op 30 januari 2023 om 16:13 uur stond de auto van belanghebbende geparkeerd aan de [straatnaam] te [plaatsnaam] , een door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag aangewezen plaats waar tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd met een maximale aanmeldduur van 120 minuten. Op het in de naheffingsaanslag vermelde tijdstip stond de auto daar langer dan 120 minuten.
2. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
3. Artikel 225, aanhef en eerste lid, van de Gemeentewet bepaalt dat in het kader van de parkeerduurregeling een belasting kan worden geheven ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij of krachtens de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.
4. In dit geval hebben burgemeester en wethouders van Den Haag krachtens de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 bepaald dat op de [straatnaam] tegen betaling van parkeerbelasting mag worden geparkeerd voor een maximale aanmeldduur van 120 minuten.
5. De rechtbank is van oordeel dat een maximale aanmeldduur iets anders is dan een maximale parkeerduur. Eiser had na ommekomst van 120 minuten het kenteken opnieuw moeten aanmelden of opnieuw parkeerbelasting moeten voldoen. Dit was technisch ook mogelijk. Nu eiser dat niet heeft gedaan, is de naheffingsaanslag terecht opgelegd.
6. Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep ongegrond verklaard.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van B.A.P. Frieling, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).