ECLI:NL:RBDHA:2024:8814
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens onvoldoende middelen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als partner en gezinslid van referent, die onvoldoende inkomen zou hebben om in het levensonderhoud van het gezin te voorzien zonder sociale bijstand.
De rechtbank heeft vastgesteld dat hoewel het inkomen van referent voldoende is, niet is aangetoond dat dit inkomen zelfstandig, duurzaam en stabiel is. Referent heeft nog geen premies en belastingen betaald over 2023 en heeft niet bewezen dat hij zijn gezin kan onderhouden zonder sociale bijstand. Ook is de belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM Pro door verweerder terecht in het nadeel van eiseres en referent uitgevallen, waarbij het economisch belang van Nederland is meegewogen.
Het beroep op het arrest Chavez-Vilchez faalt omdat de kinderen geen EU-nationaliteit hebben. De stelling dat bijzondere omstandigheden zoals het asielzoekerschap van referent een uitzondering op het middelenvereiste rechtvaardigen, wordt verworpen omdat de aanvraag niet binnen de daarvoor gestelde termijn is ingediend.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is openbaar en kan worden aangevochten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens niet voldoen aan het middelenvereiste.