Eisers, broer en zus uit Somalië, vroegen asiel aan in Nederland. Zij stelden te vluchten vanwege bedreigingen van Al Shabaab en het overlijden van hun vader. De staatssecretaris wees hun aanvragen af omdat hun identiteit, nationaliteit en herkomst niet geloofwaardig waren bevonden, mede vanwege het ontbreken van documenten en een negatieve taalanalyse.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij uit Zuid-Somalië komen, mede omdat de taalanalyse niet weersproken werd en de verklaringen over hun herkomst niet verifieerbaar waren. De rechtbank volgt niet de stelling dat twijfel aan herkomst niet tot twijfel aan identiteit en nationaliteit mag leiden.
Daarnaast is het onderzoek naar adequate opvang in Somalië niet volledig afgerond, maar de staatssecretaris heeft toegelicht dat dit onderzoek maximaal een jaar zal duren en dat de Dienst Terugkeer en Vertrek dit verder onderzoekt. De rechtbank acht de beroepen ongegrond en verklaart de afwijzingen van de verblijfsvergunningen in stand.