Eiseres, Stichting Administratiekantoor, betwist de heffing van overdrachtsbelasting over de verkrijging van een vastgoedportefeuille die oorspronkelijk toebehoorde aan een overleden erflater. Eiseres stelt dat zij de vastgoedportefeuille krachtens legaat heeft verkregen en daarom aanspraak maakt op de vrijstelling van overdrachtsbelasting op grond van artikel 3, eerste lid, letter a, van de Wet belastingen van rechtsverkeer.
De rechtbank stelt vast dat in het testament van de erflater eiseres niet als erfgenaam, legataris of lastbevoordeelde is genoemd. De vastgoedportefeuille is door de kleinkinderen gezamenlijk ingebracht in eiseres tegen uitgifte van certificaten, een eigen keuze die niet voortvloeit uit het testament. Hierdoor is geen sprake van verkrijging krachtens erfrecht door eiseres.
Eiseres beroept zich verder op doorkijkarresten die een fictieve verkrijging van onroerende zaken gelijkstellen aan directe verkrijging, maar de rechtbank oordeelt dat deze arresten niet van toepassing zijn op deze situatie. Ook indien de aandelen in een onroerendezaaklichaam gecertificeerd zouden zijn, zou de vrijstelling niet van toepassing zijn.
Gelet op deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep van eiseres ongegrond en wijst het af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.