Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser (gemachtigde: mr. D. van Elp),
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
(“gezien het bericht (…) wordt ook dezerzijds het standpunt ingekomen dat de door u gepleegde misdrijven na de periode waarvan aangifte mensenhandel is gedaan, te weten van februari 2021 tot ongeveer midden april 2021, ook geen rechtstreeks verband houden met die aangifte”) daaruit niet kan volgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris, zoals hiervoor overwogen, enkel terecht geen rechtsreeks verband tussen een inbreuk op de openbare orde naar aanleiding van de misdrijven gepleegd op 24 mei 2020 en het slachtofferschap van mensenhandel aangenomen. De beroepsgrond van eiser slaagt niet.
een inbreuk op de openbare orde die rechtstreeks verband houdt met het feit waarvan aangifte is gedaan of anderszins medewerking is verleend”
Openbare orde in het kader van 8 EVRM
Paspoort
Blijkens het verslag heeft eiser bij zijn nader gehoor over de opvang in Marokko het volgende verklaard. Zijn ouders zijn gescheiden, zijn broertje en zusje wonen nog bij zijn moeder en zij zitten in een moeilijke financiële situatie. Eiser kan niet bij zijn moeder wonen, omdat hij helemaal klaar is met Marokko. Eiser heeft daar geen kans gehad om naar school te gaan en hij heeft slecht geleefd. Eiser heeft verder verklaard dat hij bijna dagelijks contact heeft met zijn moeder, dat hij weet dat zijn moeder nog steeds in [stad] woont, dat ze na de scheiding is verhuisd naar een nieuwe woning en dat hij haar huis weet te vinden. Eiser weet niet waar zijn vader nu woont en heeft geen contact met hem. Verder heeft eiser gezegd dat hij niet precies weet waar zijn oom van moeders kant in [stad] woont, dat hij weet waar hij werkt, dat zijn oom geen eigen woning heeft, maar een woning huurt en dat zijn oom wel eens verhuist van de ene woning naar de andere. De laatste keer dat eiser hem sprak, was in 2019.”
Relatie en binding met Nederland
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 21 november 2023 voor zover daarin de uitspraak van 6 oktober 2020 aan eiser is tegengeworpen;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde gedeelte van het besluit in stand blijven;
- veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 1.750,- aan proceskosten aan eiser.