ECLI:NL:RBDHA:2024:8916
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot oplegging dwangakkoord wegens onvoldoende maximaal haalbaar aanbod
De heer verzoeker verkeert in een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van ruim €1,6 miljoen verdeeld over acht schuldeisers. Hij deed een voorstel tot schuldregeling waarbij een uitkering van 0,45% aan de schuldeisers werd aangeboden tegen kwijtschelding van het restant. Mevrouw verweerster, schuldeiser met 97,2% van de vordering, stemde niet in met dit voorstel.
De rechtbank behandelde het verzoek van de heer verzoeker om een dwangakkoord op te leggen, waarmee de schuldeiser gedwongen zou worden mee te werken aan de schuldregeling. De rechtbank stelt vast dat de schuldbemiddeling correct is uitgevoerd door een bevoegde instantie en dat het voorstel goed is gedocumenteerd. Echter, de belangenafweging leidt tot de conclusie dat het aanbod niet het maximaal haalbare is en dat de weigering van mevrouw verweerster niet onredelijk is.
De heer verzoeker heeft een laag inkomen dat onder het wettelijk minimumuurloon ligt, maar heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij geen beter betaalde baan kan vinden gezien zijn ervaring in vastgoed. Mevrouw verweerster heeft haar weigering uitvoerig onderbouwd, terwijl de heer verzoeker zijn standpunten niet met voldoende stukken heeft ondersteund. Het verzoek tot oplegging van het dwangakkoord wordt daarom afgewezen. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt in een apart vonnis behandeld.
Uitkomst: Verzoek tot oplegging van een dwangakkoord wordt afgewezen omdat het aanbod niet het maximaal haalbare is en de weigering van de schuldeiser niet onredelijk is.