ECLI:NL:RBDHA:2024:8917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating tot wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onduidelijkheid over vermogen en onvoldoende nakoming verplichtingen
De heer verzoeker heeft een verzoek ingediend om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) vanwege een problematische schuldensituatie met een totale schuldenlast van € 1.649.463,70, waarvan het grootste deel een vordering van zijn ex-echtgenote betreft. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op de zitting van 27 mei 2024.
De rechtbank stelt dat het op de weg van verzoeker ligt om aannemelijk te maken dat hij in een problematische schuldensituatie verkeert, te goeder trouw is geweest en zijn verplichtingen in de WSNP zal nakomen. Verweerster heeft aangevoerd dat verzoeker nog steeds over vermogensbestanddelen beschikt, onder meer via ondernemingen en onroerend goed die niet meer op zijn naam staan, maar mogelijk via zijn zoon als stroman worden beheerd. Verzoeker heeft deze stellingen ontkend maar geen bewijs geleverd ter weerlegging.
Daarnaast ontvangt verzoeker een laag inkomen onder het wettelijk minimumloon en heeft hij onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bereid is of in staat is een hoger inkomen te genereren. Gezien deze omstandigheden oordeelt de rechtbank dat onvoldoende duidelijk is dat alle vermogensbestanddelen bekend zijn en dat verzoeker zijn verplichtingen in de WSNP naar behoren zal nakomen. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot toelating tot de WSNP af.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de WSNP wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over vermogensbestanddelen en twijfel over nakoming verplichtingen.