Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Op 3 april 2024 is eiser in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding wordt aangemerkt. De maatregel van bewaring is op 15 april 2024 opgeheven, omdat eiser die dag is uitgezet.
De rechtbank heeft het beroep op 15 april 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren. De beoordeling richt zich op de rechtmatigheid van de bewaring voorafgaand aan de opheffing en de vraag of schadevergoeding toekomt. De staatssecretaris heeft als zware gronden voor bewaring aangevoerd dat eiser Nederland zonder geldig reisdocument is binnengekomen en zich vanaf 7 november 2023 aan het toezicht heeft onttrokken.
De rechtbank oordeelt dat deze gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn. Het verweer van eiser dat hij niet mob was vertrokken wordt verworpen, omdat uit Justitiële Documentatie blijkt dat hij zich aan het toezicht heeft onttrokken. Verder is voldoende gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond, gezien het significant risico op ontsnapping aan toezicht. Ambtshalve toetsing bevestigt dat de bewaring niet onrechtmatig was. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.