Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Op 4 april 2024 heeft de staatssecretaris de eiser in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze maatregel, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. De staatssecretaris heeft de bewaring op 12 april 2024 opgeheven.
De rechtbank heeft op 15 april 2024 het beroep inhoudelijk behandeld. De beoordeling richtte zich op de rechtmatigheid van de bewaring. De staatssecretaris voerde aan dat de bewaring noodzakelijk was om gegevens te verkrijgen voor de asielprocedure en vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. De rechtbank stelde vast dat eiser de gronden van bewaring niet betwistte en oordeelde dat deze gronden de maatregel konden dragen.
Eiser stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast, mede omdat hij asielzoeker is en zelfstandig naar Duitsland kan gaan. De rechtbank verwierp dit verweer, omdat de staatssecretaris voldoende had gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond. Tevens was er geen bewijs dat eiser een asielprocedure in Duitsland liep. De rechtbank concludeerde dat de bewaring op geen moment onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.