ECLI:NL:RBDHA:2024:8929
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Kroatië verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een verwante zaak op 16 april 2024 behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep in de verwante zaak, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.