ECLI:NL:RBDHA:2024:8949
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning asiel Dublinprocedure Kroatië
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 23 april 2024 behandeld.
Naar aanleiding van de uitspraak in de gerelateerde zaak (NL24.13791) acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier S.J. Valk op 26 april 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat deze niet langer nodig is na de uitspraak in de hoofdzaak.