ECLI:NL:RBDHA:2024:8961
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning humanitair tijdelijk
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking 'humanitair tijdelijk', welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 14 maart 2023 werd afgewezen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing werd op 24 oktober 2023 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 15 februari 2024, samen met een gerelateerde zaak (NL23.36563). Gezien de uitspraak in de hoofdzaak was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk, waardoor het verzoek werd afgewezen.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op €1.750,-, gebaseerd op de standaardpuntenregeling voor beroepsmatige rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.750,-.