ECLI:NL:RBDHA:2024:9042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroepen wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen in schadevergoedingstraject
Eiseres heeft twee beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op haar verzoeken om aanvullende schadevergoeding en bezwaar tegen een definitieve beschikking. Verweerder erkende het niet tijdig beslissen en kende dwangsommen toe, maar nam nog geen besluiten. De rechtbank behandelde de beroepen en overwoog dat verweerder geen beslissing kan nemen zolang het traject bij de Stichting Gelijkwaardig Herstel (SGH) loopt.
De rechtbank stelde dat het traject bij de SGH een totaaloplossing beoogt en dat het proces bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) pas wordt voortgezet als het SGH-traject zonder vaststellingsovereenkomst wordt beëindigd. Hierdoor kan eiseres met haar beroepen niet de gewenste besluitvorming afdwingen en ontbreekt het haar aan procesbelang.
De rechtbank verklaarde de beroepen daarom niet-ontvankelijk voor zover deze gericht zijn tegen het niet tijdig beslissen. Tevens verklaarde zij zich onbevoegd voor zover het beroep betrekking had op de vaststelling van de rechterlijke dwangsom en verwees eiseres naar de burgerlijke rechter. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Het procesbelang kan herleven indien het SGH-traject zonder vaststellingsovereenkomst wordt beëindigd.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet tijdig beslissen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.