ECLI:NL:RBDHA:2024:9064
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen intrekking en terugvordering Tozo-uitkering wegens niet voldoen aan urencriterium en coronacrisiscriteria
Eiser, een zelfstandige ondernemer, had een Tozo-uitkering toegekend gekregen voor de periode juni 2020 tot en met maart 2021. Verweerder heeft de uitkering opgeschort en uiteindelijk ingetrokken omdat eiser niet alle gevraagde gegevens heeft verstrekt en niet voldeed aan het urencriterium van minimaal 1225 uur per jaar. Tevens was niet aannemelijk dat de onderneming financieel was geraakt door de coronacrisis.
De rechtbank stelt vast dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de voorwaarden van artikel 10, eerste lid, van de Tozo voldoet. Zijn omzet was in 2019 en begin 2020 vrijwel nihil, en de omzetstijging na het eerste kwartaal 2020 maakt niet aannemelijk dat de coronacrisis de oorzaak is van financiële problemen. De woonsituatie speelt geen rol meer in deze beoordeling.
Verweerder heeft de terugvordering van € 3.988,48 terecht opgelegd op grond van artikel 58 van Pro de Participatiewet. Eiser heeft geen gegronde bezwaren tegen deze terugvordering aangevoerd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de Tozo-uitkering en terugvordering is ongegrond verklaard.