ECLI:NL:RBDHA:2024:908
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 26 januari 2024 uitspraak gedaan in de zaak waarin eiser beroep instelde tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris had dit besluit genomen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser voerde aan dat hij met een vliegticket had aangetoond dat hij was teruggekeerd naar Irak en dat de belangen van zijn kinderen betrokken hadden moeten worden bij de beslissing. De rechtbank oordeelde echter dat het ticket onvoldoende bewijs bood en dat Duitsland het overnameverzoek terecht had aanvaard. Ook was het beroep op artikel 6 van Pro de Dublinverordening niet geslaagd omdat eiser niet mede namens zijn kinderen asiel had aangevraagd.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris mocht vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Duitsland risico loopt op een behandeling in strijd met het EVRM. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de aanvraag blijft buiten behandeling.