ECLI:NL:RBDHA:2024:909
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker, een Iraakse asielzoeker, had een aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter overwoog dat op dezelfde dag reeds uitspraak was gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.37442), waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.