ECLI:NL:RBDHA:2024:9115
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bezwaar WOZ-waarde wegens niet-naleving hoorplicht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2021. De heffingsambtenaar stelde dat er in de bezwaarfase een hoorzitting had plaatsgevonden, maar kon dit niet aantonen met stukken of een verslag. Belanghebbende stelde dat geen hoorzitting was gehouden en ondersteunde dit met mailverkeer.
De rechtbank oordeelde dat het op de weg van de heffingsambtenaar ligt om zorgvuldige hoorzittingen te organiseren en hiervan een goede administratie te voeren. Omdat de heffingsambtenaar geen bewijs overlegde dat een hoorzitting had plaatsgevonden, gaat de rechtbank ervan uit dat deze niet heeft plaatsgevonden. Hierdoor is de hoorplicht geschonden.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verwees de zaak terug naar de gemeente Pijnacker-Nootdorp om belanghebbende alsnog te horen. Een verzoek om vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd afgewezen omdat de termijn niet was overschreden.
De heffingsambtenaar werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, vastgesteld op €1030, en moest het betaalde griffierecht van €50 vergoeden. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar wegens niet-naleving van de hoorplicht en verwijst de zaak terug voor een hoorzitting.