In deze kortgedingprocedure vordert eiser, mede-eigenaar van een appartement, dat gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop van het appartement, waaronder het aangaan van een bemiddelingsovereenkomst met een makelaar en het verlenen van toegang voor bezichtigingen. Gedaagde is tijdens de procedure overleden, maar de voorzieningenrechter beslist dat de procedure niet wordt geschorst en wordt voortgezet op naam van de overleden partij.
Eiser stelt een spoedeisend belang bij verkoop vanwege financiële problemen en dreigend verlies van zijn eigen woning. Gedaagde voert verweer dat hij het appartement oorspronkelijk voor hun ouders heeft gekocht en financieel heeft onderhouden, maar deze stellingen worden niet onderbouwd. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser voldoende belang heeft bij verkoop en dat gedaagde gehouden is tot medewerking.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot medewerking toe, maar legt geen dwangsom op vanwege het overlijden van gedaagde en de onduidelijkheid over de erfgenamen. Tevens wordt bepaald dat het vonnis pas na zes weken na betekening kan worden uitgevoerd. De vordering tot verdeling van de overwaarde wordt afgewezen wegens onvoldoende informatie. Iedere partij draagt eigen proceskosten.