ECLI:NL:RBDHA:2024:9149
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens ingetrokken beroep tegen niet-tijdige beslissing
Verzoeker is op 5 februari 2024 in beroep gegaan tegen de niet-tijdige beslissing van verweerder op een aanvraag van 8 september 2022. Nadat verweerder alsnog op 7 februari 2024 een beslissing nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
Verweerder stemde in met betaling van proceskosten tot een bedrag van €437,50. De rechtbank stelde dit bedrag vast conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening werd gehouden met de inschakeling van een professionele juridische hulpverlener en een wegingsfactor van 0,5.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van €437,50 aan verzoeker en wees verdere kostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier N. Dayerizadeh op 8 maart 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €437,50 aan proceskosten aan verzoeker.