ECLI:NL:RBDHA:2024:9155
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot christendom
Eiser, een Iraanse jongvolwassene, verzocht asiel op grond van vervolging vanwege zijn bekering tot het christendom. Hij stelde problemen te hebben ondervonden in Iran en vreesde bij terugkeer arrestatie en executie. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende bewijs van vervolgingsgevaar.
In beroep voerde eiser aan dat zijn introverte aard, jeugdige leeftijd en traumatische ervaringen onvoldoende werden meegewogen, en dat verweerder ten onrechte zijn afkeer van de islam betrok bij de beoordeling. Ook stelde hij dat de beoordeling van zijn kennis van het christendom en zijn activiteiten onjuist was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het gehoor zorgvuldig had uitgevoerd en dat de ongeloofwaardigheid van de bekering terecht was vastgesteld. De rechtbank verwierp de stellingen over hersenontwikkeling en afkeer van de islam als onvoldoende onderbouwd. Ook vond de rechtbank de inconsistenties in het relaas en de onlogische tijdlijn van de vlucht en arrestatie van de vader overtuigend.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond was afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Het inreisverbod was inmiddels vervallen en vormde geen geschilpunt meer.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende aannemelijk vervolgingsgevaar.