ECLI:NL:RBDHA:2024:9173
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom op grond van opkoopbescherming in Den Haag
Verzoekers verhuren een woning in Den Haag aan particulieren. Sinds 1 maart 2022 geldt in Den Haag een opkoopbescherming die verhuur van woningen tot een bepaalde WOZ-waarde beperkt. Verweerder heeft verzoekers opgedragen de verhuur te staken en bij niet-naleving een dwangsom opgelegd. Verzoekers hebben de huurovereenkomst opgezegd en de woning staat leeg.
Verzoekers betogen dat zij te goeder trouw handelden omdat de koopovereenkomst vóór de inwerkingtreding van de opkoopbescherming is gesloten en dat de inschrijving bij het Kadaster pas na de inwerkingtreding plaatsvond. Zij stellen dat het besluit onevenredig is en leidt tot onredelijke schade omdat zij de woning niet kunnen verhuren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een financieel belang in de regel geen spoedeisend belang oplevert en dat verzoekers geen acute financiële noodsituatie aannemelijk hebben gemaakt. Ook is het besluit niet evident onrechtmatig, zodat zonder diepgaand onderzoek niet ernstig kan worden betwijfeld dat het besluit stand zal houden. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
De uitspraak is gedaan op 8 mei 2024 door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en niet evident onrechtmatig zijn van het besluit.