ECLI:NL:RBDHA:2024:9176

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 april 2024
Publicatiedatum
13 juni 2024
Zaaknummer
NL24.16348
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling

Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, is op 9 februari 2024 de maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en verzocht om schadevergoeding.

De rechtbank heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek dat ten grondslag lag aan een eerdere uitspraak. Eiser stelde dat het niet verschijnen bij vertrekgesprekken geen invloed heeft op de voortgang en dat hij niet verplicht is om te verschijnen.

De rechtbank oordeelt dat eiser wel een medewerkingsplicht heeft en dat het niet verschijnen op vertrekgesprekken de voortgang beïnvloedt. De staatssecretaris handelt voortvarend door regelmatig vertrekgesprekken te voeren en te rappelleren bij de Marokkaanse autoriteiten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.16348
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A. Hol),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, (gemachtigde: S. Faddach).

Procesverloop

De staatssecretaris heeft op 9 februari 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
De staatssecretaris heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De staatssecretaris heeft daarop een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Marokkaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [2001] .
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 21 maart 2024 (in de zaak NL24.11743) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.
4. Eiser is van mening dat er geen voortgang zit in het proces dat zou moeten leiden tot eisers verwijdering uit Nederland. Dat eiser niet verschijnt op vertrekgesprekken, heeft geen invloed op de voortgang en doet aan vorenstaande niet af. Verder bevreemdt het eiser dat de staatssecretaris niet zelfstandig bepaalt dat eiser verschijnt voor een vertrekgesprek en het aan eiser zelf overlaat om dat te bepalen.
5. De rechtbank volgt het betoog van eiser niet.. Uit de voortgangsgegevens blijkt dat de staatssecretaris op 28 maart 2024 nog heeft gerappelleerd op de bij de Marokkaanse autoriteiten lopende aanvraag om een laissez passer en regelmatig vertrekgesprekken met eiser houdt of probeert te houden, laatstelijk op 15 april 2024. Dat eiser tweemaal niet op gesprek is verschenen, is voldoende tot uitdrukking gebracht in het verslag van de vertrekgesprekken. Eiser is niet verplicht om op een vertrekgesprek te verschijnen. Wél rust op eiser de plicht om zijn actieve en volledige medewerking te verlenen aan het verkrijgen van concrete en verifieerbare gegevens, waaronder documenten, die nodig zijn om de beoogde uitzetting te bewerkstelligen en dat hij ook zelf de nodige, controleerbare inspanningen verricht om dergelijke gegevens te verkrijgen. De vertrekgesprekken zijn (mede) daarop gericht. Zoals de staatssecretaris in het verweerschrift terecht stelt is het niet verschijnen van eiser daarmee (ook) van invloed voor de voortgang. Niet gebleken is dat eiser invulling heeft gegeven aan zijn medewerkingsplicht. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de staatsecretaris onvoldoende voortvarend handelt. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
6. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 april 2024

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.