ECLI:NL:RBDHA:2024:9181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende toepassing hardheidsclausule
Eiseres vroeg een urgentieverklaring aan vanwege de te kleine woonruimte van 23m2, waarin zij met haar jonge zoontje woont zonder eigen slaapkamer. De rechtbank had eerder het beroep gegrond verklaard wegens onvoldoende motivering van verweerder over het niet toepassen van de hardheidsclausule. Verweerder nam daarop een nieuwe beslissing op bezwaar, waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard.
De rechtbank oordeelt dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de situatie van eiseres niet schrijnender is dan vergelijkbare gevallen en dat het terughoudende beleid omtrent de hardheidsclausule passend is gezien het woningtekort. Verweerder heeft ook voldoende gemotiveerd dat er geen medische noodzaak is om te verhuizen en dat de psychische en sociale problemen niet met stukken zijn onderbouwd.
Hoewel de situatie voor eiseres en haar zoontje moeilijk is, leidt dit niet tot een onrechtmatig besluit. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de vordering tot terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Eiseres kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring bevestigd.