ECLI:NL:RBDHA:2024:9190
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure Dublin-verordening
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij België verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 14 mei 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was vanwege verhindering, en de staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de hoofdzaak is behandeld in zaak NL24.17343, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is en heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.