ECLI:NL:RBDHA:2024:9248

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 juni 2024
Publicatiedatum
14 juni 2024
Zaaknummer
NL23.28457
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening uitstel van vertrek wegens medische situatie

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek vanwege zijn medische situatie op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag is door de staatssecretaris op 7 september 2023 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het bezwaar werd op 15 maart 2024 eveneens afgewezen.

Verzoeker stelde beroep in bij de rechtbank en vroeg om een voorlopige voorziening hangende het beroep. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 27 mei 2024 samen met een andere zaak (NL24.11940). De rechtbank verklaarde het beroep van eiser ongegrond, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig was.

De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van het uitstel van vertrek wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.28457

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoeker om aan hem uitstel van vertrek te verlenen vanwege zijn medische situatie op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw).
1.1.
De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 7 september 2023 afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Met het bestreden besluit van 15 maart 2024 op het bezwaar van verzoeker is de staatssecretaris bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld, zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 27 mei 2024 op zitting behandeld, samen met zaaknummer NL24.11940. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker (bijgestaan door een tolk), de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de staatssecretaris.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.11940, heeft de rechtbank het beroep van eiser ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A.G. van Dijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Boon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.