ECLI:NL:RBDHA:2024:927
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang asielzoeker
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 af te wijzen, waardoor de opvang van verzoeker beëindigd zou worden. Omdat de beslissing op bezwaar pas na de datum van beëindiging van de opvang zal plaatsvinden, heeft verzoeker een spoedeisend belang bij een voorlopige voorziening.
De staatssecretaris heeft zich niet verzet tegen het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft daarom zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat het belang van verzoeker om in Nederland te blijven en de bezwaarprocedure af te wachten zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris bij handhaving van het besluit.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe, schorst het bestreden besluit en veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker. Hierdoor kan verzoeker de opvang voortzetten en wordt uitzetting opgeschort totdat het bezwaar is behandeld.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot beëindiging van de opvang wordt geschorst.