De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 februari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de maatregel van bewaring reeds eerder rechtmatig was bevonden tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die eerdere uitspraak ten grondslag lag. Bij de beoordeling van het voortduren van de maatregel wordt alleen gekeken naar de periode na dat moment.
Eiser heeft geen inhoudelijke gronden aangevoerd tegen het voortduren van de maatregel. De rechtbank ziet geen aanleiding om ambtshalve de maatregel te toetsen en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N. Dayerizadeh op 21 maart 2024 en is in het openbaar uitgesproken.