ECLI:NL:RBDHA:2024:9316
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering tijdelijke bescherming Oekraïense ontheemde
Eiser, een Oekraïense onderdaan, verzocht om tijdelijke bescherming in Nederland op grond van de EU-Richtlijn tijdelijke bescherming vanwege het conflict in Oekraïne. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat eiser Oekraïne al vóór de peildatum van 27 november 2021 had verlaten en niet vóór die datum in Nederland verbleef. De rechtbank bevestigt dat eiser niet onder de doelgroep valt die recht heeft op tijdelijke bescherming volgens het Uitvoeringsbesluit en de Nederlandse regelgeving.
Eiser stelde dat hij wel degelijk ontheemd is geraakt door het conflict en dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar zijn hoofdverblijfplaats. Ook voerde hij aan dat het besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat hij niet veilig naar Oekraïne kan terugkeren en daarom bescherming verdient. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht geen onderzoek hoefde te doen naar het hoofdverblijf en dat de verwijzing naar de asielprocedure passend is.
De rechtbank wijst ook het verzoek af om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de EU. De rechtbank benadrukt dat de staatssecretaris binnen zijn beleidsvrijheid de peildatum mag hanteren en dat het niet kunnen terugkeren naar Oekraïne geen grond is om af te wijken van de vastgestelde criteria. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard.