ECLI:NL:RBDHA:2024:9319
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag scootmobielcube op grond van Wmo 2015 bevestigd
Eiser woont op de derde etage van een wooncomplex zonder lift en heeft lichamelijke beperkingen die het traplopen en verplaatsen bemoeilijken. Hij vroeg het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om een scootmobielcube als woningaanpassing op grond van de Wmo 2015, nadat zijn scootmobielhoes versleten was. Het college wees deze aanvraag af omdat eiser niet in een adequate woning woont en verhuizing naar een geschikte woning de goedkoopst compenserende voorziening is.
Eiser voerde aan dat verhuizing gezien de problematiek op de woningmarkt niet mogelijk is, maar de rechtbank oordeelde dat het college redelijkerwijs van eiser mag verlangen te verhuizen. Eiser had de mogelijkheid om naar een benedenwoning te verhuizen maar had hiervan geen gebruik gemaakt en had zich niet als woningzoekende ingeschreven. De rechtbank vond ook dat de door eiser gestelde vervuiling onvoldoende was aangetoond en dat de scootmobielcube de problemen niet oplost.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de aanvraag in stand blijft. Tevens wees de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn, die gelijkelijk wordt verdeeld over het college en de Staat. Daarnaast werden proceskosten van €437,50 toegekend, eveneens gelijk verdeeld.
De uitspraak werd gedaan door rechter J. de Vries op 13 juni 2024. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor een scootmobielcube blijft in stand.