ECLI:NL:RBDHA:2024:9321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afwijzing pgb voor begeleiding op grond van Wmo 2015
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Het college heeft aanvankelijk de aanvraag afgewezen, maar heeft later het pgb toegekend tot een bedrag van €8.102,-. Vervolgens heeft het college de motivering aangepast en geconcludeerd dat eiser recht heeft op een pgb van €2.342,45, waarbij het hogere bedrag vanwege het verbod van reformatio in peius in stand is gelaten.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat het college de omvang van de ondersteuning, het uurtarief en de ingangsdatum van het pgb voldoende heeft gemotiveerd. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit en tegen eerdere besluiten is niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het laatste besluit is ongegrond verklaard, waardoor dit besluit in stand blijft.
Daarnaast heeft eiser een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank heeft vastgesteld dat de redelijke termijn met 13 maanden is overschreden en heeft eiser een schadevergoeding van €1.500,- toegekend. Tevens zijn proceskosten aan eiser toegekend en is het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het laatste besluit is ongegrond verklaard en het pgb van €2.342,45 blijft in stand; tevens is schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn toegekend.