ECLI:NL:RBDHA:2024:9384
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter die zijn verzoek tot opheffing van bewind behandelde. Verzoeker stelde dat de rechter zijn zaak niet op juiste wijze behandelde en dat het onwenselijk was dat dezelfde rechter voor de derde keer zijn zaak behandelde.
De wrakingskamer oordeelde dat het enkele feit dat een rechter eerder meerdere zaken van verzoeker heeft behandeld en verzoeken heeft afgewezen, onvoldoende is om partijdigheid of vooringenomenheid aan te nemen. De schijn van partijdigheid moet blijken uit concrete feiten en omstandigheden, die verzoeker niet heeft gesteld.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bepaald dat de procedure in de onderliggende zaak wordt voortgezet. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek vond niet plaats omdat het debat hierover niet noodzakelijk werd geacht.
De beslissing werd gegeven door een meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Den Haag en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens onvoldoende grond voor schijn van partijdigheid.