Verzoeker heeft op 11 juli 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 11 december 2021. Verweerder heeft op 12 oktober 2023 alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Hierdoor heeft verweerder geheel aan het beroep tegemoetgekomen, waarna verzoeker het beroep heeft ingetrokken en proceskostenvergoeding heeft gevorderd.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:75a van de Awb geoordeeld dat het verzoek tot proceskostenvergoeding kennelijk gegrond is. De proceskosten zijn vastgesteld op €437,50, gebaseerd op 1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van €875 en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van deze proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier R. de Mul, en is zonder zitting uitgesproken.