ECLI:NL:RBDHA:2024:9441
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf in kader nareis
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 7 juli 2023, waarna verweerder de beslistermijn verlengde, maar uiteindelijk geen besluit nam binnen de wettelijke termijn.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en gegrond is, aangezien verweerder niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen plus verlenging heeft beslist. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt het niet tijdig beslissen gelijkgesteld aan een besluit en kan de rechtbank een nadere beslistermijn opleggen.
Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van €7.500.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de reeds verbeurde dwangsommen van €1.442,50, de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier E.C. Jacobs.
Uitkomst: De rechtbank legt een nadere beslistermijn van twintig weken op en veroordeelt verweerder tot betaling van dwangsommen, proceskosten en griffierecht.