ECLI:NL:RBDHA:2024:9442
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf nareis, verlenging beslistermijn en dwangsommen opgelegd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Verweerder heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep tijdig en kennelijk gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke beslistermijn van 90 dagen heeft beslist, ondanks een verlenging van drie maanden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder de ontvangst van de aanvraag wel heeft bevestigd, maar nog niet inhoudelijk heeft beoordeeld. Daarom legt de rechtbank op grond van artikel 8:55d Awb een nadere beslistermijn van twintig weken op, gelet op de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij asielhouders. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en griffier E.C. Jacobs en zonder zitting uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van twintig weken op met dwangsommen en vergoedingen.