ECLI:NL:RBDHA:2024:9445

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2024
Publicatiedatum
19 juni 2024
Zaaknummer
NL24.22423
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 106 Vw
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling ongegrond verklaard

Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, verbleef bijna zes maanden in bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd op 27 mei 2024 opgeheven na een belangenafweging, mede vanwege het ontbreken van een laissez-passer van de Marokkaanse autoriteiten en de passieve houding van eiser.

De rechtbank toetste eerder de rechtmatigheid van de bewaring tot 10 mei 2024 en concludeerde dat deze rechtmatig was. De beoordeling in deze zaak richt zich daarom op de periode na die datum. Eiser stelde dat er geen zicht was op uitzetting en dat hem toezeggingen waren gedaan over opheffing en schadevergoeding, maar deze stellingen werden niet onderbouwd.

De rechtbank oordeelde dat het voortduren van de maatregel na 10 mei 2024 niet onrechtmatig was, mede omdat eiser zelf door zijn passieve houding de uitzetting vertraagde. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22423

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M.A.M. Karsten),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Verweerder heeft op 20 december 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Op 27 mei 2024 heeft verweerder de maatregel van bewaring opgeheven.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Verder heeft verweerder op 4 juni 2024 desgevraagd een reactie ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1993 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van Pro de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiser een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. De rechtbank verwijst hierbij naar de uitspraken van 5 januari 2024, [2] 21 maart 2024, [3] 9 april 2024 [4] en 16 mei 2024. [5] Uit de uitspraak van 16 mei 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 10 mei 2024, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds 10 mei 2024.
4. Eiser voert aan dat geen sprake is van zicht op uitzetting. Hij verblijft al veel te lang in bewaring. Aan hem is toegezegd dat de maatregel wordt opgeheven en dat schadevergoeding wordt toegekend, maar hieraan is geen gevolg gegeven.
5. Verweerder heeft desgevraagd toegelicht dat de bewaring op 27 mei 2024 is opgeheven in verband met een gemaakte belangenafweging. Eiser verbleef bijna zes maanden in bewaring en er was nog geen laissez-passer afgegeven door de Marokkaanse autoriteiten. Ondanks eisers passieve houding is besloten om de maatregel van bewaring niet te verlengen.
6. In wat eiser aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te beoordelen periode onrechtmatig is geweest. Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn ten aanzien van Marokko in het algemeen, of in het bijzonder van eiser, was komen te ontbreken. De omstandigheid dat de bewaring ruim vijf maanden heeft geduurd, is daarvoor onvoldoende. Uit het verslag van het laatste vertrekgesprek van 14 mei 2024 blijkt dat eiser zich passief heeft opgesteld. Hiermee heeft eiser zelf in de weg gestaan van een voortvarende uitzetting.
7. De stelling van eiser dat hem is toegezegd dat de maatregel zou worden opgeheven en dat aan hem schadevergoeding zal worden toegekend, is niet bevestigd door verweerder. Eiser heeft zijn stelling ook niet nader geconcretiseerd en onderbouwd. Deze grond slaagt niet.
8. Tot slot leidt ook de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te beoordelen periode op enig moment onrechtmatig was.
9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 juni 2024 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.