ECLI:NL:RBDHA:2024:9450
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening tijdelijke bescherming
Verzoeker had beroep ingesteld tegen de beëindiging van zijn tijdelijke bescherming op grond van Richtlijn 2001/55/EG en verzocht om een voorlopige voorziening. Dit verzoek is later ingetrokken. Verzoeker vroeg vervolgens om proceskostenveroordeling van de staatssecretaris.
De staatssecretaris stelde dat het beroep en de voorlopige voorziening ten onrechte waren ingesteld, omdat geen definitief besluit was genomen en het voornemen van 3 juli 2023 was komen te vervallen. De voorzieningenrechter constateerde dat het dossier geen besluit bevatte waartegen het beroep was gericht.
Omdat er geen sprake was van geheel of gedeeltelijke tegemoetkoming door het bestuursorgaan en het beroep onterecht was ingesteld, wees de voorzieningenrechter het verzoek om proceskostenveroordeling af. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens ontbreken van een besluit en onontvankelijkheid van het beroep.