ECLI:NL:RBDHA:2024:9454
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf nareis
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. De aanvraag werd op 19 juli 2022 ingediend en verweerder bevestigde ontvangst op 9 augustus 2022. De beslistermijn van 90 dagen werd met drie maanden verlengd, maar er is geen besluit genomen binnen de verlengde termijn.
Eiser stelde verweerder op 2 juni 2023 rechtsgeldig in gebreke en diende meer dan twee weken daarna beroep in. De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en legt op grond van de Awb een termijn van vier weken op waarbinnen verweerder alsnog moet beslissen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
De rechtbank stelt vast dat verweerder reeds een dwangsom van €1.442 heeft verbeurd vanwege het verstrijken van de wettelijke termijn. Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser ad €437,50. Het beroep wordt kennelijk gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen vier weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.