Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende op 8 maart 2024 een asielaanvraag in in Nederland. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat eiser internationale bescherming zou genieten in Zweden sinds 2018. Eiser betwistte dit en overlegde een Zweeds besluit van 21 februari 2024 waarin zijn bescherming was ingetrokken vanwege een ernstig strafbaar feit en hem een terugkeerbesluit met een inreisverbod van twintig jaar was opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat het Zweedse besluit in rechte vaststaat en dat eiser geen geldig verblijfsdocument meer heeft in Zweden. De staatssecretaris kon zich daarom niet op het standpunt stellen dat eiser nog bescherming geniet in Zweden. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en vernietigde het besluit.
De rechtbank wees het verzoek van de staatssecretaris af om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te houden. De staatssecretaris moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €1.750.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.