ECLI:NL:RBDHA:2024:948
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Tsjechië onder Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft op 25 januari 2024 uitspraak gedaan in een zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag. De staatssecretaris had de aanvraag niet in behandeling genomen omdat Tsjechië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Nederland had een verzoek tot overname ingediend dat door Tsjechië was geaccepteerd.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet toegepast kon worden vanwege ernstige tekortkomingen in het Tsjechische asiel- en opvangsysteem, waaronder het ontbreken van effectieve rechtsmiddelen, negatieve politieke houding en opvangproblemen door de instroom van Oekraïense vluchtelingen. De rechtbank oordeelde echter dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze tekortkomingen een bijzonder hoog drempelniveau bereiken en dat er geen sprake is van structurele problemen die het vertrouwensbeginsel doorbreken.
Daarnaast voerde eiser aan dat op grond van artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening zijn asielaanvraag toch in behandeling genomen moest worden vanwege de zorg voor zijn moeder in Nederland en bijzondere individuele omstandigheden. De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij de enige mantelzorger was en dat er bijzondere omstandigheden bestonden die een uitzondering rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de staatssecretaris om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.