ECLI:NL:RBDHA:2024:9486
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beslissing op beroep
Verzoeker, een Marokkaanse nationaliteit hebbende persoon geboren in 1980, heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 12 april 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
Verzoeker heeft vervolgens een voorlopige voorziening gevraagd om de gevolgen van het bestreden besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat nu de rechtbank bij uitspraak van 11 juni 2024 op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.