ECLI:NL:RBDHA:2024:9488
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van 14 april 2024 waarbij de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu de rechtbank bij een andere uitspraak op dezelfde datum uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan op 10 juni 2024 door voorzieningenrechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde datum uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep.