Eiser heeft op 1 juli 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel arbeid als zelfstandige. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 22 augustus 2022 niet in behandeling genomen. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt, dat op 21 oktober 2022 niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens heeft eiser beroep ingesteld tegen dit bestreden besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat eiser in het beroepschrift geen gronden heeft vermeld waarop het beroep is gebaseerd en ook geen kopie van het bestreden besluit heeft overgelegd. De rechtbank heeft eiser op 22 november 2022 verzocht dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar dit is niet gebeurd.
Omdat eiser geen verontschuldiging heeft gegeven voor het verzuim en de herstelmogelijkheid niet is benut, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het bestreden besluit in stand en wordt het beroep niet inhoudelijk beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.